Press Articles

Duurzame voedingspatronen ‘hier’ moeten ook rekening houden met een beter milieu ‘daar’

date
16.06.2021

Wat zijn de eventuele milieu-effecten van meer plantaardige voedingsmiddelen?

Perrine Laroche van het Instituut voor Milieuvraagstukken in Amsterdam heeft  de prestigieuze prijs van de “Jonge wetenschapper” gewonnen voor het best verschenen wetenschappelijk artikel van 2020. De Alpro Foundation reikt deze prijs ieder jaar uit.

Haar gedetailleerde studie onderzoekt en lokaliseert de mogelijke milieueffecten van verschillende voedingspatronen in US door de producten te identificeren die in het land zelf en in het buitenland worden geproduceerd. Terwijl heel wat rapporten gaan over de milieuvoordelen bij een daling van de vleesproductie en voeding van dierlijke oorsprong, wordt er minder onderzoek uitgevoerd naar de mogelijke ecologische druk als gevolg van de toegenomen vraag naar andere (plantaardige) voedingsmiddelen.

Kort interview met winnares: Eating less animal-based foods may have environmental benefits. But what are the potential environmental impacts from eating more plant-based foods?

De grote consumptie van vlees in de moderne Europese en Noord-Amerikaanse voedingspatronen leidt tot voortdurende bezorgdheid.  De dierlijke eiwitten leveren ongeveer 29 % van de calorieën van de westerse voedingspatronen, maar de productie ervan is redelijk ondoeltreffend in vergelijking met het  voedsel op basis van plantaardige eiwitten. Het vee heeft veevoeder nodig, waarvoor vooral land en water vereist zijn en produceert uitstoot van methaan en stikstof die funest zijn voor het milieu. In 2019 onderzocht de EAT-Lancet commissie het evenwicht tussen de volksgezondheid en de ecologische grenzen voor de wereldwijde voedselproductie. De auteurs hebben een “gezond, duurzaam en uitgebalanceerd voedingspatroon” beschreven waarbij slechts 12 % van de calorieën afkomstig zijn van dierlijke eiwitten (minder dan de helft van de typische westerse patronen van vandaag) en bevelen een meer plantaardig voedingspatroon aan met focus op graanproducten, groenten, peulvruchten en noten.

Perrine Laroche stelt: ” De voordelen op wereldniveau van veranderingen in het voedingspatroon mogen niet worden bereikt ten koste van de lokale milieucontext. ”

Bij het onderzoek van Perrine Laroche en haar collega’s worden de voedingsbehoeften bepaald, gebaseerd op de gegevens van Amerikaans voedingsonderzoek waaronder de gemiddelde Amerikaanse voedingspatronen vallen. Daarnaast ook die van de gerapporteerde vegetarische en veganistische eetpatronen en het patroon volgens het EAT-model, allemaal aangepast aan een eetpatroon van 2500 kcal per dag. Op basis van de gegevens over de voedingspatronen, wordt de landvoetafdruk om voedsel te produceren voor de mens of de dieren van grasland te voorzien, beoordeeld (zowel in als buiten de Verenigde Staten).  Verder wordt de ecologische impact berekend die samenhangt met het ecosysteem van zoet water, de afhankelijkheid van bijen of andere bestuivers en de stikstofuitstoot.

De totale landvoetafdruk is het grootst bij het gemiddelde Amerikaans voedingspatroon (GAV) met 5161 mper persoon en per jaar en het kleinste bij de veganistische eetpatronen met 1057 m2. Dat is grotendeels te wijten aan de grotere graslanden die nodig zijn voor voedingspatronen met veel vlees; gras vormt respectievelijk 64 % en 28 % van de totale voeding van de vleesrunderen en melkkoeien in de Verenigde Staten (de rest is afkomstig van geconcentreerde teelten zoals soja, maïs en tarwe). De behoefte aan land voor de productie van voedingsmiddelen en veevoeder varieert evenwel naargelang de voedingspatronen.

Vermindering van invoer van voedsel dat buiten de VS wordt geproduceerd, zoals rundvlees, melk en veevoeder, heeft een grote impact op de daling van de milieudruk op locatie daar (lees buiten VS). Om daar meer plaats te maken voor voeding die passen in meer plantaardige voedingspatronen, zoals cashewnoten, avocado’s, olijven en sinaasappels is niet altijd vanzelfsprekend; de omgeving moet wel gunstig zijn voor bestuivers en de druk op zoet water in droge sterken kan toenemen.

De evolutie van Amerikaanse voedingspatronen waarbij wordt overgeschakeld van veel vlees op weinig vlees zal leiden tot een daling van de landvoetafdruk en dat zowel in de Verenigde Staten als erbuiten, maar de meer plantaardige voeding zou de afhankelijkheid van de bestuivers kunnen doen toenemen in bepaalde regio’s net als de druk op het zoet water.

De wetenschappelijke raad van Alpro Foundation beloonde deze publicatie met de award omdat dit onderzoek rekening houdt met de wereldwijde impact van lokale verschuivingen naar meer plantaardige voedingspatronen. Het is inderdaad belangrijk om te beseffen dat “duurzame voedingspatronen zouden gebaseerd moeten zijn op een duurzame bevoorrading.”

Het spreekt voor zich dat wijzigingen in de voedingspatronen leiden tot gewijzigde relaties  in de landbouw en de handel op wereldvlak. Maar op basis van de externe impact van de verschillende patronen, zou bij het maken van  handelsakkoorden altijd rekening moeten worden gehouden met eindige en kwetsbare bronnen. De verminderde behoefte aan land die samenhangt met de gedaalde consumptie van dierlijke eiwitten zou ertoe kunnen leiden dat er meer grond kan worden voorbehouden voor minder intensieve regeneratieve landbouwsystemen voor plantaardige eiwitten. De praktijken die de instandhouding van bestuivers, de stikstofbindende teelten en het behoud van zoet water  bevorderen, moeten dus universeel gesteund worden.

author
- Alpro Foundation